Het gaat over een avontuur van een dochter van de vuurtorenwachter die een zeemerjongen vriend heeft op zoek naar de moeder van de zeemerjongen. Dit verhaal komt uit de tijd waarin piraten de zeeën onveilig maakten en Wanstaltige Gedrochten werden tentoongesteld op de kermis. Lampje, een meisje van 9 jaar, woont met haar vader in het huisje bij de vuurtoren. Iedere dag als het donker wordt klimt ze naar boven om het licht aan te steken. Maar op een stormachtige avond gaat alles mis: de lucifers zijn op, het vuur blijft uit en een groot schip slaat te pletter tegen de rotsen. Voor straf moet Lampje gaan werken in het Zwarte Huis. En daar, dat weet iedereen, woont een monster. Het grote vervallen huis is verlaten op een paar nerveuze personeelsleden na. Niemand wil er werken. Maar Lampje heeft geen keus, ze moet zorgen voor het monster dat zit opgesloten in de torenkamer. Edward heet hij, en het is een woedende jongen. Met een vissenstaart. Edward is kwaad op de hele wereld en bang voor zijn vader de Admiraal. Die schaamt zich voor zijn mislukte zoon en wil dat hij gewoon leert lopen. En Edward kan alles - maar niet lopen. Lampje, die haar eigen vader mist en zich eenzaam voelt, wordt against all odds vrienden met Edward. Stiekem neemt ze hem mee naar zee. Daar is hij in zijn element, zwemmen kan hij als de beste. Ze ontdekken dat Edward een zeemeerminnenfamilie heeft ver achter de horizon, voorbij de Witte Kliffen.
Log in to continue
Please log in to perform this action.